borstelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bor·ste·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| borstelen |
borstelde |
geborsteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
borstelen
- (overgankelijk) schoonmaken met behulp van een borstel
- De hond moet nog geborsteld worden.