bliksem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Bliksem.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·sem
enkelvoud meervoud
naamwoord bliksem bliksems
verkleinwoord bliksempje bliksempjes

Zelfstandig naamwoord

bliksem m

  1. (meteorologie) (elektrotechniek) lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer ten gevolge van een elektrische ontlading
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
bliksemen

bliksem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bliksemen
    Ik bliksem.
  2. gebiedende wijs van bliksemen
    Bliksem!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bliksemen
    Bliksem je?