bijeenkomen/vervoeging
Uit WikiWoordenboek
| vervoeging van de bedrijvende vorm van bijeenkomen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| tegenwoordige tijd | verleden tijd | toekomende tijd | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | ||||||
| ik | kom bijeen, (bijzin) bijeenkom |
wij, we | komen bijeen, (bijzin) bijeenkomen |
ik | kwam bijeen, (bijzin) bijeenkwam |
wij, we | kwamen bijeen, (bijzin) bijeenkwamen |
ik | zal bijeenkomen | wij, we | zullen bijeenkomen |
| jij, je, u gij, ge |
komt bijeen, (bijzin) bijeenkomt |
jullie | komen bijeen, (bijzin) bijeenkomen |
jij, je, u gij, ge |
kwam bijeen, (bijzin) bijeenkwam |
jullie | kwamen bijeen, (bijzin) bijeenkwamen |
jij, je, u gij, ge |
zal, zult bijeenkomen zult bijeenkomen |
jullie | zullen bijeenkomen |
| hij, zij, het | komt bijeen, (bijzin) bijeenkomt |
zij, ze | komen bijeen, (bijzin) bijeenkomen |
hij, zij, het | kwam bijeen, (bijzin) bijeenkwam |
zij, ze | kwamen bijeen, (bijzin) bijeenkwamen |
hij, zij, het | zal bijeenkomen | zij, ze | zullen bijeenkomen |
| onvoltooid deelwoord | voltooide tijd | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| bijeenkomend | bijeengekomen hebben | kom bijeen, komt bijeen | kome bijeen (bijzin) bijeenkome |
||||||||