berekenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·re·ke·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| berekenen |
berekende |
berekend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
berekenen
- (overgankelijk) door rekenen iets bepalen
- De kosten daarvan zijn al berekend.