berekenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·re·ke·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berekenen
berekende
berekend
zwak -d volledig

Werkwoord

berekenen

  1. (overgankelijk) door rekenen iets bepalen
    De kosten daarvan zijn al berekend.
Vertalingen