calculeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: calculeren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- cal·cu·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| calculeren |
calculeerde |
gecalculeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
calculeren
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. rekenen