becijferen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·cij·fe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
becijferen
becijferde
becijferd
zwak -d volledig

Werkwoord

becijferen

  1. (overgankelijk) uitrekenen
    Dat werd becijferd op drie miljoen euro.
  2. (overgankelijk) door cijfers aanwijzen
  3. (overgankelijk) (muziek) notaties door cijfers aangeven
Vertalingen