becijferen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: becijferen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·cij·fe·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| becijferen |
becijferde |
becijferd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
becijferen
- (overgankelijk) uitrekenen
- Dat werd becijferd op drie miljoen euro.
- (overgankelijk) door cijfers aanwijzen
- (overgankelijk) (muziek) notaties door cijfers aangeven
Vertalingen
1. uitrekenen
2. door cijfers aanwijzen