bende

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ben·de
enkelvoud meervoud
naamwoord bende bendes, benden
verkleinwoord bendetje bendetjes

Zelfstandig naamwoord

bende v/m

  1. een informeel georganiseerde groep mensen, meestal met kwade of misdadige motieven
    De bende van Nijvel was berucht voor haar geweld.
  2. een rommelige toestand
    Oei, wat een riekende bende is het hier!
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] Een bende oprollen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen