verschil
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·schil
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verschil | verschillen |
| verkleinwoord | verschilletje | verschilletjes |
Zelfstandig naamwoord
verschil o
- een aspect dat bij vergelijking anders is
- Het verschil tussen die twee computerprogramma's is een andere gebruikersomgeving.
Uitdrukkingen en gezegden
- Een verschil maken.
Vertalingen
1. een aspect dat bij vergelijking anders is
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verschillen |
verschil
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschillen
- Ik verschil.
- gebiedende wijs van verschillen
- Verschil!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschillen
- Verschil je?