antwoord
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ant·woord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | antwoord | antwoorden |
| verkleinwoord | antwoordje | antwoordjes |
Zelfstandig naamwoord
antwoord o
- de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
- Op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven.
- reactie, van repliek voorzien
- Op die zet had ik geen antwoord.
- oplossing voor een gesteld probleem
Synoniemen
- repliek (minder gebruikt)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| antwoorden |
antwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
- Ik antwoord.
- gebiedende wijs van antwoorden
- Antwoord!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
- Antwoord je?
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /ˈɐnt.vuə̯rt/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | antwoord | antwoorde |
Zelfstandig naamwoord
antwoord
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| antwoord |
geantwoord |
| volledig | |
Werkwoord
antwoord