afmaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van maken met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afmaken
maakte af
afgemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

afmaken

  1. (overgankelijk) iets tot voltooiing brengen
    Heb je je werk al afgemaakt?
  2. (overgankelijk) doden, euthanasie bedrijven op een dier
    Ter bestrijding van de epidemie werd op grote schaal het vee afgemaakt.
Vertalingen