afmaken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afmaken |
maakte af |
afgemaakt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afmaken
- (overgankelijk) iets tot voltooiing brengen
- Heb je je werk al afgemaakt?
- (overgankelijk) doden, euthanasie bedrijven op een dier
- Ter bestrijding van de epidemie werd op grote schaal het vee afgemaakt.
Vertalingen
1. iets tot voltooiing brengen