afdrukken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·druk·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afdrukken |
drukte af |
afgedrukt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
afdrukken
- (inergatief) in- of uitschakelen door op een knop te drukken.
- Wie het eerste afdrukt, gaat naar de volgende spelronde.
- (overgankelijk) (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
- De scholier wilde zijn rapport afdrukken.
Synoniemen
- [2] printen
Vertalingen
2. (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
Zelfstandig naamwoord
afdrukken
- meervoud van afdruk.