afdrukken

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·druk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afdrukken
drukte af
afgedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

afdrukken

  1. (inergatief) in- of uitschakelen door op een knop te drukken.
    Wie het eerste afdrukt, gaat naar de volgende spelronde.
  2. (overgankelijk) (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
    De scholier wilde zijn rapport afdrukken.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

afdrukken

  1. meervoud van afdruk.
Persoonlijke instellingen
Andere talen