broeder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • broe·der
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt uit het Germaans, vergelijk het Limburgse broder en Engels brother.
enkelvoud meervoud
naamwoord broeder broeders
verkleinwoord broedertje broedertjes

Zelfstandig naamwoord

broeder m

  1. (formeel) een broer
  2. een medemens of naaste
  3. een kloosterling die geen priester is of die daarvoor wordt opgeleid
  4. een lid van een christelijke gemeente
  5. een verpleger
  6. een mens of dier dat (uit)broedt
Afgeleide begrippen