broeder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- broe·der
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | broeder | broeders |
| verkleinwoord | broedertje | broedertjes |
Zelfstandig naamwoord
broeder m
- (formeel) een broer
- een medemens of naaste
- een kloosterling die geen priester is of die daarvoor wordt opgeleid
- een lid van een christelijke gemeente
- een verpleger