aanzien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·zien
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanzien |
zag aan |
aangezien |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
aanzien
- (overgankelijk) kijken naar
- Hij kon het niet meer aanzien.
- (overgankelijk) ~ voor: beschouwen als
- Waar zie je me voor aan?
- (overgankelijk) dulden
- Ik heb het nog een tijdje aangezien, maar uiteindelijk ben ik er toch tegen opgetreden.
Spreekwoorden
- voor een ander aanzien
zich in de persoon vergissen
- aanzien doet gedenken
het zien maakt dat men er aan denkt
- zonder aanzien des persoons
zonder er op te letten wie iemand is
- van aanzien
gezien
Vertalingen
1. kijken naar
2. beschouwen als
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanzien | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
aanzien o
- hoe men door anderen gezien wordt
- Zijn aanzien liep daarmee een aardige deuk op.
- voorkomen, reputatie, sociale status
- Door haar promotie kreeg Mieke een ander aanzien in het bedrijf.
- achting
- Het bestuur wijzigde het beleid ten aanzien van de werknemers.
Afgeleide begrippen
- ten aanzien van
met betrekking tot
- te dien aanzien
daarover
Typische woordcombinaties
- aanzien genieten
Vertalingen
1. hoe men door anderen gezien wordt
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.