November

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

November

  1. november


Maanden in het Afrikaans
Januarie
januari
Februarie
februari
Maart
maart
April
april
Mei
mei
Junie
juni
Julie
juli
Augustus
augustus
September
september
Oktober
oktober
November
november
Desember
december



Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

November m

  1. november
Verbuiging


Maanden in het Duits
Januar
januari
Februar
februari
März
maart
April
april
Mai
mei
Juni
juni
Juli
juli
August
augustus
September
september
Oktober
oktober
November
november
Dezember
december



Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • No·vem·ber

Zelfstandig naamwoord

November

  1. november


Maanden in het Engels
January
januari
February
februari
March
maart
April
april
May
mei
June
juni
July
juli
August
augustus
September
september
October
oktober
November
november
December
december



Indonesisch

Woordafbreking
  • No·vem·ber
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

November

  1. november
Afkorting


Maanden in het Indonesisch
Januari
januari
Februari
februari
Maret
maart
April
april
Mei
mei
Juni
juni
Juli
juli
Agustus
augustus
September
september
Oktober
oktober
November
november
Desember
december



Latijn

Eigennaam

November m

  1. november


Maanden in het Latijn
Ianuarius
januari
Februarius
februari
Martius
maart
Aprilis
april
Maius
mei
Iunius
juni
Iulius
juli
Augustus
augustus
September
september
October
oktober
November
november
December
december



Luxemburgs

Zelfstandig naamwoord

November m

  1. november


Maanden in het Luxemburgs
Januar
januari
Februar
februari
Mäerz
maart
Abrëll
april
Mee
mei
Juni
juni
Juli
juli
August
augustus
September
september
Oktober
oktober
November
november
Dezember
december



Maleis

Zelfstandig naamwoord

November

  1. november


Maanden in het Maleis
Januari
januari
Februari
februari
Mac
maart
April
april
Mei
mei
Jun
juni
Julai
juli
Ogos
augustus
September
september
Oktober
oktober
November
november
Disember
december



Pennsylvania-Duits


Uitspraak
Woordafbreking
  • No·vem·ber
enkelvoud meervoud
nominatief der November
datief
accusatief

Zelfstandig naamwoord

November, m

  1. (tijdrekening) november
    «Advent: Nau iss der November widder vorbei un mir fange mit Diesember aa.»
    Advent: Nou is november weer voorbij en we beginnen met december.
Holoniemen
Meroniemen
Verwante begrippen
Maanden in het Pennsylvania-Duits
Yenner Hanning Matz Abril
Abrill
Moi Tschuun Tschulei Aagscht
Augscht
Auguscht
September Oktower November Diesember
Disember
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Opmerkingen