åbry

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • åbry
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord ábrýði.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
åbry
åbryr
åbrydde
åbrydd
dåbrytt
Klasse 3 zwak

Werkwoord

åbry

  1. (overgankelijk) jaloers zijn op
  2. (overgankelijk) verdenken van echtelijke ontrouw
    «Ho åbrydde mannen sin.»
    Zij verdacht haar mann van ontrouw.
  3. (overgankelijk) plagen
  4. (overgankelijk) zaniken, zeuren
Synoniemen
  • [1]: vere svartsjuk på
  • [2]: plage met jalusi
  • [3]: plage
  • [3-4]: bry
  • [4]: mase
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

åbry o

  1. ijverzucht (uit liefde), jaloezie (uit liefde), minnenijd
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen