plagen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pla·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| plagen |
plaagde |
geplaagd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
plagen
- (overgankelijk) iemand lastigvallen
- Griekenland wordt geplaagd door grote financiële problemen.
Vertalingen
1. iemand lastigvallen
Zelfstandig naamwoord
plagen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord plaag