zeuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈzʏː.rə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈzøː.rə(n)/
- (Limburg): /ˈzøː.rə(n)/
Woordafbreking
- zeu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zeuren |
zeurde |
gezeurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zeuren
- veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken
- Hij zeurde over een paar punten verschil.