zwijger
Uiterlijk
- zwij·ger
- Naamwoord van handeling van zwijgen met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwijger | zwijgers |
| verkleinwoord | zwijgertje | zwijgertjes |
de zwijger m
- iemand die geneigd is weinig woorden te gebruiken
- Hoe meer een prater aandringt, hoe meer een zwijger zich zal terugtrekken..
- Het woord zwijger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwijger" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be