zwijgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwij·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwijgen
zweeg
gezwegen
klasse 1 volledig

Werkwoord

zwijgen

  1. inergatief ervan afzien te spreken
    • Door die ernstige belediging zweeg de rest van het personeel even. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zwijgen als het graf
helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen
  • Zwijgen in alle talen
helemaal niets zeggen ofwel: niets van zich laten horen
  • Iemand het zwijgen opleggen
er met niemand over mogen praten en nieman diets mogen vertellen
  • Spreken is zilver, zwijgen is goud.
soms kun je beter je mond houden
  • iemand het zwijgen opleggen
    iemand dwingen tot zwijgen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen