zwermtijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwerm·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwermtijd -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zwermtijd m

  1. (imkerij) de tijd dat de moer het eigen nest verlaat omdat het volk te groot geworden is
    • De zwermtijd geeft de imker veel werk en zorgen. 

Gangbaarheid