zwei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwei
enkelvoud meervoud
naamwoord zwei zweien
verkleinwoord zweitje zweitjes

Zelfstandig naamwoord

zwei v/m

  1. (gereedschap) een verstelbare winkelhaak
    • Omdat die hoek niet haaks is kun je beter een zwei gebruiken. 

Gangbaarheid

16 % van de Nederlanders
13 % van de Vlamingen.


Duits

Telwoord (Duits)
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
50 51 52 53 54 55 56 57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69
70 71 72 73 74 75 76 77 78 79
80 81 82 83 84 85 86 87 88 89
90 91 92 93 94 95 96 97 98 99
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
106 109 1012 1015 1018 1021 1024 1027 1030 1033
Uitspraak

Hoofdtelwoord

zwei

  1. twee
Opmerkingen
  • In sommige gevallen wordt zwo in plaats van zwei gebruikt.


Ripuarisch

Uitspraak
  • IPA: ʊɑɪ/

Hoofdtelwoord

zwei

  1. twee
Schrijfwijzen