zwei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwei
enkelvoud meervoud
naamwoord zwei zweien
verkleinwoord zweitje zweitjes

Zelfstandig naamwoord

zwei v/m

  1. (gereedschap) een verstelbare winkelhaak
    Omdat die hoek niet haaks is kun je beter een zwei gebruiken.


Duits

Telwoord (deu)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak

Hoofdtelwoord

zwei

  1. twee
Opmerkingen
  • In sommige gevallen wordt zwo in plaats van zwei gebruikt.


Ripuarisch

Uitspraak
  • IPA: ʊɑɪ/

Hoofdtelwoord

zwei

  1. twee
Schrijfwijzen