zweer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zweer
enkelvoud meervoud
naamwoord zweer zweren
verkleinwoord zweertje zweertjes

Zelfstandig naamwoord

zweer v/m

  1. ontstoken plek, infectie
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zweren

zweer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zweren
    Ik zweer.
  2. gebiedende wijs van zweren
    Zweer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zweren
    Zweer je?