zonuren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·uren

Zelfstandig naamwoord

zonuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zonuur

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.