zomerdracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer·dracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zomerdracht zomerdrachten
verkleinwoord zomerdrachtje zomerdrachtjes

Zelfstandig naamwoord

zomerdracht v/m

  1. (kleding) kledij die vooral voor de zomertijd bedoeld is
    • Een T-shirt is meer dan een zomerdracht. 
  2. (imkerij) de periode juli-augustus waarin opnieuw nectar verzameld wordt en de darrenslacht plaats vindt
    • Na de zomerdracht kan de imker vaak een tweede keer honing aftappen. 
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.