zinkstuk
Uiterlijk
- zink·stuk
- [1], [2] samenstelling van zink ww en stuk zn [1]
- [3] samenstelling van zink zn en stuk zn [2]
- [4] samenstelling van zink zn en stuk zn , naar het voorbeeld van goudstuk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zinkstuk | zinkstukken |
| verkleinwoord |
het zinkstuk o
- (waterbeheer) drijvende mat van wilgentenen die met stenen verzwaard wordt om als basis voor een nieuwe dam te dienen of om de bodem tegen uitschuring te beschermen
- Zinkstukken met een riet kern zijn inmiddels een verouderde methode van bodembescherming, men gebruikt hiervoor nu een kuststofdoek.
- (techniek) onderdeel dat bestemd is om naar de waterbodem te zinken
- Het meetinstrument bestaat uit een drijver, verbonden aan een zinkstuk.
- losgeraakte onderdelen die uit het metaal zink vervaardigd zijn
- Het zinkstuk was afkomstig van de constructie die het houtwerk tegen regen moest beschermen.
- (numismatiek) (pejoratief) muntstuk van zink zoals dat in de bezettingstijd vervaardigd werd
- Zo'n zinkstuk werd als symbool van de gehate bezetter gezien.
- Het woord zinkstuk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zinkstuk" herkend door:
| 80 % | van de Nederlanders; |
| 74 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Waterbeheer in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Numismatiek in het Nederlands
- Pejoratief in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 80 %
- Prevalentie Vlaanderen 74 %