zijkanaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zij·ka·naal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zijkanaal zijkanalen
verkleinwoord zijkanaaltje zijkanaaltjes

Zelfstandig naamwoord

zijkanaal o

  1. een kanaal dat een aftakking is van het hoofdkanaal
    • Het kanaal heeft een tweetal zijkanalen waarlangs enige industrie gevestigd is. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.