zeedier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeedier zeedieren
verkleinwoord zeediertje zeediertjes

Zelfstandig naamwoord

zeedier o

  1. (dierkunde) een dier dat zijn leven geheel of voor het merendeel in zee doorbrengt
    • Een zeeschildpad is een echt zeedier, behalve dat de eieren op een strand gelegd worden. 
    • Als ze in het noorden van Canada wil overleven, moet ze haar dieet volgens de onderzoekers wel aanpassen. Daar leven vossen vooral van lemmingen, in Spitsbergen eten ze vooral zeedieren als zeevogels. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen