zatlap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zat·lap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zatlap zatlappen
verkleinwoord zatlapje zatlapjes

Zelfstandig naamwoord

zatlap m

  1. iemand die regelmatig te veel alcohol dringt
    • De zatlap maakte de hele nacht herrie. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.