wrongel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wron·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gestremde melk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wrongel wrongelen
verkleinwoord wrongeltje wrongeltjes

Zelfstandig naamwoord

wrongel v/m

  1. het neerslag van gestremde melk
    • Uit wrongel wordt kaas bereid. 
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
wrongelen

wrongel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wrongelen
    • Ik wrongel. 
  2. gebiedende wijs van wrongelen
    • Wrongel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wrongelen
    • Wrongel je? 

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen