kwark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwark
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wrongel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1941 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwark kwarken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwark m

  1. zacht, wit, eiwitrijk kaasachtig zuivelproduct
Synoniemen
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kwark kwarke

Zelfstandig naamwoord

kwark

  1. (natuurkunde) quark
Hyponiemen