wreef

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wreef
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘hoogste deel van voet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1773 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wreef wreven
verkleinwoord wreefje wreefjes

Zelfstandig naamwoord

wreef v/m

  1. (anatomie) bovenkant van de voet tussen tenen en enkel
    • Hij scoorde met de wreef. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wrijven

wreef

  1. enkelvoud verleden tijd van wrijven
    • Ik wreef. 
    • Jij wreef. 
    • Hij, zij, het wreef. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen