woonschool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woon·school
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woonschool woonscholen
verkleinwoord woonschooltje woonschooltjes

Zelfstandig naamwoord

woonschool v / m

  1. (sociologie) geplande woonbuurt waar probleemgezinnen onder toezicht werden gehuisvest en heropgevoed tot modelburgers

Gangbaarheid

Meer informatie