wok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wok
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Chinees, in de betekenis van ‘Indonesische braadpan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wok wokken
woks
verkleinwoord wokje wokjes

Zelfstandig naamwoord

wok v/m

  1. (huishouden) (kookkunst) ronde pan die wordt gebruikt in de oosterse keuken, vooral om te roerbakken
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wokken

wok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wokken
    • Ik wok. 
  2. gebiedende wijs van wokken
    • Wok! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wokken
    • Wok je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen