woelig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woe·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen woelig woeliger woeligst
verbogen woelige woeligere woeligste
partitief woeligs woeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

woelig

  1. in onrustige beweging
    De golven waren door een storm wat verder van de kust een stuk woeliger geworden.
Vertalingen