witloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·loog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord witloog witlogen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

witloogm/v/o

  1. verdund zwavelzuur

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
19 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be