winstderving

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • winst·der·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord winstderving winstdervingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

winstderving v [1]

  1. (economie) het mislopen van winst
    • Het zal in de toekomst de carrière van voetballers niet meer dwarsbomen. Wij gaan nu bij de FIFA en de KBVB de totale winstderving opeisen, minstens 6 miljoen euro." [2] 
    • In november achtte de jury al bewezen dat Hollister zich daarmee schuldig had gemaakt aan laster, inmenging in een contract en winstderving. De zakenvrouw werd toen gesommeerd om een schadevergoeding van 5 miljoen te betalen. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen