wille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wil·le

Zelfstandig naamwoord

wille

  1. datief mannelijk en vrouwelijk  van wil, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden
Uitdrukkingen en gezegden
  • Om der wille van de smeer, likt de kat de kandeleer
als iemand denkt ergens uiteindelijk voordeel bij te hebben, doet hij dingen die hij eigenlijk niet prettig vindt

Werkwoord

vervoeging van
willen

wille

  1. aanvoegende wijs van willen