whistle
Uiterlijk
- Van Angelsaksisch hwistlian, verder te herleiden tot Protogermaans *hwis-.[1]
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| whistle | whistles |
whistle
- (muziekinstrument) fluit, fluitje
- een fluitend geluid, gefluit
- (anatomie), (informeel) geheel van mond- en keelholte
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to whistle |
| he/she/it | whistles |
| verleden tijd | whistled |
| voltooid deelwoord |
whistled |
| onvoltooid deelwoord |
whistling |
| gebiedende wijs | whistle |
whistle
- onovergankelijk, overgankelijk een fluitend geluid maken, fluiten
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 7
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Muziekinstrument in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Informeel in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels