fluitje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluit·je

Zelfstandig naamwoord

fluitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fluit
    Een fluitje van een cent; iets heel simpel
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie