fluitje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fluit·je

Zelfstandig naamwoord

fluitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fluit
Uitdrukkingen en gezegden
  • een fluitje van een cent
iets heel simpels
•  En daarom kon ze dus staande houden dat de oorlog een fluitje van een cent was, terwijl Albert er vaak van had gedroomd dat zijn fluit voor Cécile... [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 18