werklust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·lust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werklust werklusten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

werklust m

  1. zin om te werken
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie