watergolf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·golf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord watergolf watergolven
verkleinwoord watergolfje watergolfjes

Zelfstandig naamwoord

watergolf v/m

  1. een golf aan het wateroppervlak
  2. een haargolving die kunstmatig is aangebracht
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
watergolven

watergolf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van watergolven
    • Ik watergolf. 
  2. gebiedende wijs van watergolven
    • Watergolf! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van watergolven
    • Watergolf je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be