watergolf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·golf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord watergolf watergolven
verkleinwoord watergolfje watergolfjes

Zelfstandig naamwoord

watergolf v/m

  1. een golf aan het wateroppervlak
  2. een haargolving die kunstmatig is aangebracht
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
watergolven

watergolf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van watergolven
    Ik watergolf.
  2. gebiedende wijs van watergolven
    Watergolf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van watergolven
    Watergolf je?

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.