Naar inhoud springen

waterfles

Uit WikiWoordenboek
  • wa·ter·fles
enkelvoud meervoud
naamwoord waterfles waterflessen
verkleinwoord waterflesje waterflesjes

dewaterflesv/m

  1. cilindervormig vat met een nauwe opening, om water in te doen
     Water! Eindelijk water! Met hernieuwde moed liep ik de berg af en vulde snel mijn lege waterflessen met het koele water uit het meer, waarbij ik moest terugdenken aan het advies van mijn dochter.[2]
     Mijn denken zwiept telkens weer terug naar mijn lopen, mijn voeten, mijn rug, de plekken waar ik mijn waterfles kan bijvullen, en Nicolas.[3]
     De dop kan openspringen door de druk als er voedsel, koolzuurhoudende dranken of bederfelijke dranken zoals sap en melk in de waterfles worden gedaan, zegt een Amerikaanse consumentenwaakhond.[4]
  2. kruik die met warm water gevuld als warmtebron dient voor iemand die het koud heeft
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  4. Bronlink geraadpleegd op 11-7-2025 Weblink bron “Twee Amerikanen deels blind doordat dop stalen fles in gezicht knalt.” (11-7-2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be