warmlopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • warm·lo·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
warmlopen
liep warm
warmgelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

warmlopen

  1. (ergatief) door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken
    Afgelopen maandag met het warme weer is de dieselmotor van mijn compact warmgelopen.
  2. (ergatief) door activiteit die warmte vrijmaakt de juiste bedrijfstemperatuur bereiken.
    Een motor is bij vriestemperaturen pas na 4 km warmgelopen en bereikt pas dan zijn normale prestaties en normale verbruik.
  3. (ergatief) ~ voor enthousiast worden
    Zij liepen daar niet erg warm voor.
  4. (wederkerend) zich ~: door enige tijd hard te lopen het lichaam op een voor sport geschikte temperatuur brengen
    De nieuwe wethoudersploeg van Den Haag heeft zich dinsdagmiddag warmgelopen op het strand van Scheveningen.