liep warm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • liep warm
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
warmlopen

liep warm

  1. enkelvoud verleden tijd van warmlopen
    • Ik liep warm. 
    • Jij liep warm. 
    • Hij, zij, het liep warm. 


Gangbaarheid