waaruit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·uit
Woordherkomst en -opbouw
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     uit  
 persoonlijk     eruit  
aanwijz.   nabij     hieruit  
  veraf     daaruit  
  vragend/betrekk.     waaruit  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
waaruit

  1. vragend: uit wat?
    • Waaruit is dat gewonnen? 
  2. betrekkelijk: uit wat
    • Dit is het zaad waaruit deze olie geperst wordt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.