vrijwillig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·wil·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van vrij en wil met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vrijwillig vrijwilliger vrijwilligst
verbogen vrijwillige vrijwilligere vrijwilligste
partitief vrijwilligs vrijwilligers -

Bijvoeglijk naamwoord

vrijwillig

  1. niet gedwongen
    De vrijwillige medewerkers deden goed werk.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie