vrijwilligers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·wil·li·gers

Bijvoeglijk naamwoord

vrijwilligers

  1. partitief van de vergrotende trap van vrijwillig

Zelfstandig naamwoord

vrijwilligers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vrijwilliger