vriendenkring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrien·den·kring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vriendenkring vriendenkringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vriendenkring m [1]

  1. een groep van vrienden
    • Na onderzoek bleek de dader een twintiger te zijn die niets met de KU Leuven te maken had. Wel is het een bekende van Lore. „Toen schrok ik enorm omdat de dader van wie ik dacht dat het een onbekende was, die niet onbekend bleek te zijn maar heel dicht in mijn vriendenkring te staan. En dan voel je je een beetje voor de gek gehouden, zeker?” [2] 
    • De frikandellenvlaai ligt dit weekend ’exclusief’ in de schappen van de Aldi. Het nieuws daarover zorgde voor nogal wat reacties op sociale media. Zo stroomden er honderden reacties binnen op ons Facebook-account. Iedereen lijkt wel een snack fan in zijn vriendenkring te kennen die moet weten van deze hartige vlaai.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 03 jan. 2018
  3. de Telegraaf 06 nov. 2017