voorwas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·was
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorwas voorwassen
verkleinwoord voorwasje voorwasjes

Zelfstandig naamwoord

voorwas m [1]

  1. (huishouden) was die aan de hoofdwas voorafgaat
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
voorwassen

voorwas

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorwassen
    • ... dat ik voorwas. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen