voorkopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ko·pen

Zelfstandig naamwoord

voorkopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord voorkoop

Gangbaarheid

48 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.